Autologe Stamceltransplantatie
Om te begrijpen wat een
stamceltransplatatie inhoudt is het nodig iets te weten over bloed. In
het bloed bevinden zich drie soorten cellen, de rode cellen, de witte
cellen en de bloedplaatjes. Ze hebben elk een eigen functie:
- De rode bloedcellen - de erytrocyten - vervoeren zuurstof vanuit de longen door het lichaam
- De witte bloedcellen - de leukocyten - zorgen voor de afweer tegen infecties
- De bloedplaatjes, of trombocyten, spelen een belangrijke rol bij de bloedstolling.
Bloedcellen worden gemaakt in het beenmerg dat in de holten van de botten zit. In het beenmerg bevinden zich de moedercellen, de stamcellen. Deze stamcellen ontwikkelen zich in 12 tot 14 dagen tot de verschillende bloedcellen zo wordt het bloed voortduren ververst.
Stamcelgroei
Om stamcellen te kunnen transplanteren moeten deze eerst geoogst
worden. Dat betekent dat ze uit het menselijk lichaam worden gehaald om
later te worden getransplanteerd. Om zoveel mogelijk stamcellen te
kunnen oogsten wordt er een middel toegediend dat de groei van
stamcellen bevorderd.
Hiervoor
wordt het groeihormoon Neupogen gebruikt, dat door middel van injecties
wordt toegediend. Dit injecteren is eenvoudig te leren en kan ook zelf
worden gedaan. Tevens zorgt het groeihormoon ervoor dat de stamcellen
zich naar de bloedbaan verplaatsen. Dit maakt het oogsten van
stamcellen een stuk,eenvoudiger dan wanneer deze uit het beenmerg
moeten worden gehaald.
Er wordt in deze periode regelmatig bloed afgenomen om te
bekijken of er al voldoende stamcellen zijn om te kunnen oogsten. 
Leukaferese
Als er voldoende stamcellen zijn, kunnen
deze geoogst worden. Dit oogsten heet leukafarese.
Het wordt gedaan met behulp van het leukafereseapparaat. Via een
katheter wordt de patiënt aangesloten op het leukafereseapparaat. Dit
gaat via een lieskatheter, die geplaatst wordt in een groot bloedvat in
de lies. Via de katheter wordt het bloed naar het leukafereseapparaat
gestuurd. Het apparaat haalt de stamcellen uit het bloed en verzamelt
deze in een zakje. De rest van het bloed gaat weer terug naar het
lichaam. Om voldoende stamcellen te oogsten zijn 1 tot 3 leukafereses
nodig. Per dag wordt 1 leukaferese gedaan. Dat duurt ongeveer 4 uur. De
patient of de donor voelt er praktisch niets van. Tot de laatste
leukaferese moeten de groeihormonen doorgebruikt worden. Na de
leukaferese worden de stamcellen in het laboratorium van de
bloedtransfusiedienst geteld en wordt de kwaliteit onderzocht. Zijn er
onvoldoende stamcellen geoogst, dan is het nodig de leukaferese de
volgende dag te herhalen. Zijn er voldoende, dan wordt het toedienen
van groeihormonen gestaakt. Wanneer er op deze maniet onvodoende
stamcellen worden geoogst, kunnen ze rechtstreeks uit het beenmerg
worden gehaald. Onder narcose wordt het beenmerg uit het bekken
gehaald.
De transplantatie
Voordat de stamcellen worden
getransplanteerd wordt een voorbereidende chemotherapie gegeven bv met
een hoge dosis Melfalan. Dit om de kankercellen die eventueel nog in
het lichaam zijn te vernietigen.
Het toedienen van de stamcellen is de werkelijke transplantatie. Dat
gebeurt via het infuus. De stamcellen zoeken daarna hun normale plaats
op in het beenmerg en zorgen daar weer voor de aanmaak van nieuwe
bloedcellen. Het ontvangen van stamcellen wordt door veel patiënten
ervaren als een mijlpaal in de behandeling. Bij een autologe
transplantatie zijn de zakjes met stamcellen ingevoren. Ze worden op de
afdeling door een medewerker van bloedtransfusiedienst ontdooit. Via
een infuus, waarop twee infuuslijnen zijn aangesloten, worden de
stamcellen toegediend. De arts en de verpleegkundige zijn hierbij
aanwezig. Bij een transplantatie met eigen stamcellen is bij het
invriezen een middel toegevoegd om beschadiging van de cellen te
voorkomen. Het is mogelijk dat er door dit middel een
overgevoeligheidsreactie optreedt. Hiervoor is medicatie beschikbaar.
Voor en na de teruggave wordt extra vocht toegediend om te voorkomen
dat de nieren beschadigd raken door eventuele kapotte cellen. Over het
algemeen geeft het toedienen van stamcellen weinig bijwerkingen.

pagina
site
extern

Dit zijn wij, Alex, Edwin, Marjan, Christian en vooraan Vera Vonk. Om
die tweede van links gaat het. Dat ben ik dus, Edwin Vonk, 49
jaar en sinds augustus 2004 weet ik dat ik de Ziekte van Kahler
(Multipel Myeloom) heb. Onze ervaringen (en meer) zijn te volgen via
deze site. 







